Vijf dingen die ik heb geleerd van de workshop reisbloggen | BIBLIOTHEEK NIEUWE STIJL

Of je nou met je backpack een verre reis gaat maken of met je tentje naar Terschelling gaat: het is altijd leuk om je reiservaringen te delen via een reisblog. Maar hoe begin je daar nou mee? Tijdens de workshop reisbloggen gaf creatief schrijven-docent Karen Meijs ons hier de eerste handvatten voor. Ik heb vijf tips uit de workshop gefilterd waardoor ook jij aan de slag kan met je eerste reisblog.

Door: Michelle Vleugels

1. Zet op een rijtje waarom je een reisblog gaat maken
Voordat je aan je eerste blog begint is het slim om op een rijtje te zetten waarom je precies een reisblog gaat beginnen. Denk na over waar jij voor staat, wat je wilt overbrengen, wat je uniek maakt en in welke stijl je graag wilt schrijven. Zo vinden mijn vriend en ik het bijvoorbeeld een uitdaging om iedere vakantie de allerleukste eettentjes te vinden (we hebben onze voeten er regelmatig op kapot gelopen). Een perfecte invalshoek voor een reisblog!

2. Schrijf in een kladblok in plaats van op de computer
Op het begin van de workshop deelde Karen kladblokjes uit waarin we gingen schrijven. Dat is niet voor niks. Karen legde ons namelijk uit dat je met schrijven op papier je rechterhersenhelft aan het werk zet: het gedeelte dat creativiteit stimuleert. Als je schrijft op een computer wordt echter je linkerhersenhelft gestimuleerd. Daarmee trigger je dingen zoals beredeneren en plannen. Neem dus op vakantie een schrijfboekje mee en tover hem tevoorschijn als je inspiratie hebt. Dat werkt namelijk een stuk beter dan na afloop van je vakantie naar een leeg document op je laptop staren. Karen gaf ons mee dat de meeste inspiratie in bed, onderweg of onder de douche / in bad komt. Zorg er dus zeker voor dat je dan een boekje in de buurt hebt om je gedachtespinsels in op te schrijven.

3. Schrijf iedere dag een bepaalde tijd
Heb je moeite om aan de slag te gaan? Zet dan iedere dag een wekkertje en schrijf 10 minuten zonder je pen van het papier te halen. Dat is veel makkelijker dan je zelf dwingen om iedere dag een hele blog te schrijven. Door je pen niet van het papier te halen, zal je merken dat de woorden als vanzelf komen. We hebben deze oefening ook tijdens de workshop gedaan en dit werkte supergoed! Vertel aan je reisgenoot dat je iedere dag tien minuten wil schrijven en dat hij of zij je daar op mag aanspreken. Voor jezelf ben je namelijk veels te lief (‘Nee, ik heb het vandaag echt te druk om te schrijven) Terwijl iemand anders vaak geen enkele moeite heeft om je er op aan te spreken.

4. Focus op de meest bijzondere dingen
Als je een chronologisch verhaal schrijft, wordt het vaak een beetje saai. Je hoeft niet in detail te vertellen hoe je vliegreis was, maar focus op de bijzondere momenten en de hoogtepunten. Veel leuker om te lezen en ook veel leuker om te schrijven! Houd je blogs kort, ca 250 woorden, en maak gebruik van tussenkopjes. Hierdoor schrijf je stukjes die makkelijk te lezen zijn en dat is natuurlijk precies wat we willen.

5. Schrijf eerst tien titels op
Een titel is het eerste dat iemand ziet. Een titel moet dan ook pakkend zijn en je nieuwsgierig maken om het hele verhaal te lezen. Een goede tip van Karen was om eerst tien titels op te schrijven, want dan zit er altijd wel een goede tussen. En die pakkende titel geeft ook meteen inspiratie voor de rest van het verhaal. Zo is de titel ‘Waarom Machu Picchu meer wc’s moet hebben’ pakkender dan ‘Mijn bezoek aan Machu Picchu’. Tijdens de workshop kwamen er dan ook de leukste titels naar boven. Denk aan ‘De saaie dingen die Nederland fantastisch maken en ‘Vijf redenen waarom kamperen niet burgerlijk is’. We kregen instant zin om er mee aan de slag te gaan!

Heb je na de zomervakantie een duwtje in de rug nodig om door te gaan met schrijven? Kom dan een kijkje nemen bij een van onze schrijfateliers of bij een van onze andere schrijfactiviteiten.