De torentjes van het theologisch museum | BIBLIOTHEEK NIEUWE STIJL

We overnachtten in het Burghotel, aan de voet van de burcht. Prima hotel, biergarten voor de deur, rustig, schoon. Deutsche grundlichkeit zeg maar. Het ontbijtbuffet rijkelijk, verschillende kazen, Duitse boterhamworst, verse fruitsalade, die er ondanks een enkel fruitvliegje toch nog lekker uitzag en ook smaakte.

De burcht
De auto bracht ons 500 meter verderop naar de parking bij de burcht, dat hadden we natuurlijk ook te voet kunnen doen. Na de kassa liepen we eerst tussen twee verdedigingsmuren in, daarna door een tweede poort, en vanaf de binnenplaats die nu met gras was bedekt konden we de overblijfselen bekijken van een kapel, van de woonverblijven en de muren. En natuurlijk de twee imposante ronde torens, die de burcht van verre al zijn machtige aanblik geven. De beklimming ervan was absoluut het hoogtepunt van het bezoek, met de verbazing over de dikte van de muren, het uitzicht over het dorp en zijn omgeving en het besef dat hier ooit soldaten dag na dag op laddertjes omhoog klommen om de hele dag in weer en wind op de uitkijk te staan.

Het museum
Net buiten het dorp ontwaarden we vier kleine, spitse torentjes, ze piepten uit een bosje omhoog en intrigeerden direct. Ons verrekijkertje bracht geen uitkomst. Was het een kerk? Wat anders? Waard om te bezoeken?
Terug bij de kassa probeerde ik er in mijn beste Duits naar te vragen. De man achter het glazen ruitje, niet supervriendelijk – maar ja, je zult maar de hele dag achter zo’n ruit zitten – vertelde dat het de torens van een theologisch museum waren. Torens, kerk, theologisch museum, het klonk niet onlogisch. Tot hij begon over de omgeving en hoeveel verschillende steensoorten er gevonden werden en hoe die, en andere, tentoongesteld werden in dat museum, dat overigens alleen op afspraak geopend was. Jammer, als kind was ik al geïnteresseerd in stenen, geologie, fossielen, mineralen.

Door: Mariëtte Pasteels