Nieuws - Digiblog: Vreemde grote wezens


Mijn vorige blog post ging over Open source: wat is het en hoe kan het een bijdrage leveren aan de moderne bibliotheek en aan de ontwikkeling van kennis in zijn algemeenheid? Ik heb laten zien dat Open source oorspronkelijk afkomstig is uit de wetenschap. In de wetenschappelijke wereld is  het vrijuit delen van resultaten en vooral ook van de methoden achter de resultaten al veel langer gemeengoed . Dit model van openheid werkt vooruitgang in de hand. In dit stuk wil ik nadenken over deze vooruitgang, maar vooral ook over inktvissen, trollen en andere vreemde wezens die vooruitgang misschien wel in de weg staan…

Vooruitgang

Het is denk ik wel duidelijk dat we als mensheid streven naar vooruitgang. We zijn steeds op zoek naar nieuwe uitvindingen, nieuwe technologieën en een oplossing voor al onze problemen. Aan de ene kant helpen kapitalisme, concurrentie en marktwerking ons in een razendsnel tempo zaken te ontwikkelen. Aan de andere kant kunnen grote bedrijven die kiezen voor de kortste weg naar geld, vooruitgang ook juist in de weg staan.

Denk bijvoorbeeld aan bedrijven of patenthouders die al hun kennis en technologie binnen het bedrijf houden, waarmee de ontwikkeling van een technologie of product soms onnodig vertraagt of stil komt te liggen. Of aan bedrijven die een monopoly in stand houden en lobbyen tegen verandering. Of aan de opkomst van ‘patenttrollen’: bedrijven die er alleen op gericht zijn om zoveel mogelijk patenten te vergaren en de jacht te openen op iedereen die zich in hun vaarwater begeeft, zonder dat ze zelf iets produceren. Er is altijd discussie te voeren over de voor- en nadelen van dit soort fenomenen, maar veelal zien we hierdoor het ontstaan van rechtsonzekerheid, starters die weinig kans maken tegenover grote advocatenteams en vooral het tegenwerken van mogelijke innovatie.

Het bedrijf als organisme

Het is me ooit eerder opgevallen dat je een bedrijf zou kunnen zien als een groot organisme, een soort monster dat we zelf gecreëerd hebben. Je kunt zo’n metafoor positief uitleggen, als een bedrijf bijvoorbeeld functioneert als één geheel en zich focust op een doel.

Vaak ook dringt de metafoor in negatieve zin zich op: bedrijven als wezens die altijd willen groeien en in geval van succes groot en log worden, moeilijk van koers te veranderen. Wezens die hun omgeving aantasten of opslokken. Achter die bedrijven zit vaak een raad van aandeelhouders, waardoor ze zijn overgeleverd aan marktwerking. Zo ontstaat er een soort organisme dat niet alleen altijd maar meer geld wil, maar dat ook bestuurd wordt door de waan van de markt en niet veel vooruit lijkt te denken. Zodra iemand dit wil veranderen, zorgt het organisme dat deze persoon wordt uitgeschakeld. Ook al gaat het bijvoorbeeld om de oprichter van het bedrijf zelf, die ten tijde van het oprichten van het bedrijf misschien wel een heel ander idee of ideaal voor ogen had.

Een frappant voorbeeld waar ik altijd aan moet denken, is de coupe die bij Apple plaatsvond. In een periode van tegenvallende cijfers moest oprichter Steve Jobs zijn eigen bedrijf verlaten. Jobs, die juist een tegendraadse en vaak kunstzinnige benadering had van technologie, paste niet meer bij de veranderde visie van zijn eigen creatie. Dit terwijl Jobs na zijn terugkeer ruim tien jaar later, het bedrijf juist als geen ander steeds opnieuw zou herdefiniëren, zoals hij eerder de computermarkt opnieuw had gedefinieerd. Onder Jobs transformeerde Apple van een computer- en softwarefabrikant, tot een bedrijf dat de muziekwereld op zijn kop zou zetten met iTunes en de iPod, en de print- en publishingwereld totaal zou veranderen met apps en de iPad.

We zien bedrijven dus soms leidinggevenden uitspugen, zodra ze optreden op een manier die niet in het teken staat van direct zichtbare winst. Waardoor het dus alleen nog maar in staat is om zich in haar handelen te richten op de korte termijn, en verandering in de wereld niet ziet aankomen.

Antistoffen

Ik vond het daarom ook erg treffend toen ik Yuri van Geest over innovatie in bedrijven hoorde spreken. Yuri van Geest is auteur van het boek Exponentiële Organisaties, waarin hij laat zien dat zodra er radicale innovatie optreedt in een bedrijf (innovatie die soms hoognodig is) er antistoffen in werking komen en deze innovatie vaak intern gestopt wordt. Innovatie is natuurlijk ook wel een mogelijk ontwrichtende kracht: het kan dingen op zijn kop zetten of in ieder geval een status quo doorbreken. Van Geest stelt dat deze innovatie door veel bedrijven als een bedreiging gezien wordt voor de huidige gang van zaken, waardoor bestaande instrumenten en machten worden ingezet tegen deze mogelijke ontwrichting. Ook laat van Geest een aantal nieuwe bedrijven zien die open staan voor verandering, nieuwe methoden omarmen en die gebruikmaken van denktanks om de hele markt of industrie in een nieuw licht te zien. Deze bedrijven zijn de exponentiële bedrijven die vaak de gevestigde orde ver achter zich laten in groei en marktwaarde.

Deze omschrijving past geheel in de metafoor van het wezen. In geval van  bedreiging kan zo’n wezen een beroep doen op vrienden, zoals bij het inzetten van de patenttrollen. Daarnaast beschikt het wezen over een intern immuunsysteem, dat innovatie als een bedreigend virus binnen het eigen lichaam ziet.

Ten slotte spreekt Yuri van Geest ook over het veranderen van ongezonde bedrijfsculturen. Dit kan naar mijn idee metaforisch gezien passen bij een slechte cultuur binnen een darmflora, die ons vaak naar dingen laat snakken zoals suiker en andere snacks. Snacks waarvan we eigenlijk met ons verstand hadden besloten, dat we ze niet meer zouden eten.

Waar razendsnelle ontwikkelingen soms dus juist mogelijk zijn dankzij kapitalisme en een vrije markt, zien we dat het ook wezens kan opleveren die te traag of te groot worden, en die zich moeilijk lijken aan te passen.

Liever geen grote enge wezens

Nu weet ik niet zeker wat hét medicijn zou zijn voor deze grote, logge wezens. Wel denk ik dat we niet alles aan de vrije markt moeten overlaten, dat we vooral ook moeten zorgen dat niet alles een markt of bedrijf wordt. Er zijn een aantal terreinen waarbinnen ik liever geen grote, enge wezens zie met aanpassingsproblemen. Voeding, zorg, farmacie, ziekenhuishulp en onderwijs zouden naar mijn idee niet gerund moeten worden als bedrijven die winst voorop hebben staan en die vooral naar de goedkope oplossingen zoeken. Dit om te voorkomen dat ongezonde producten de norm worden, medicijnen zoveel mogelijk over de toonbank moeten gaan en zelfs het gezonde voedsel wordt aangetast.

Het gevaar is dat de politiek en de overheden, die de grote wezens moeten controleren, vaak ook in de ban lijken te zijn van hetzelfde kapitalisme. Tentakels van een lobbyend bedrijf reiken tot op de hoogste plaatsen. De politiek lijkt soms zelf ook een groot, log wezen dat vooral gericht is op de waan van de dag en  winst in de vorm van stemmen. Een wezen dat zijn meest basale impulsen wil bevredigen, waardoor er geen ruimte meer is voor langetermijndenken en visie.

Ik zie Amerika als voorbeeld van een plek waar deze markten wel dusdanig zijn aangetast door de vreemde, grote wezens. Een voorbeeld waar we soms helaas ook achteraan lijken te lopen. Treffend vond ik het toen ik journalist-wetenschapper Karel van Wolferen in een Café Weltschmerz-item de vergelijking zag maken tussen alle gefragmenteerde machten die Amerika vormen, en een octopus. Van Wolferen beschreef Amerika als een land met een heleboel afdelingen met elk hun eigen agenda, waaronder de FBI, CIA, de politiek en het militair industrieel complex. Al deze afdelingen zijn in staat autonoom te handelen, zonder elkaar goed op de hoogte te houden en zonder centrale aansturing. Net als de tentakels van de octopus, een wonderlijk wezen dat voor elke tentakel een opzichzelfstaand zenuwstelsel blijkt te hebben. Deze tentakels kunnen hierdoor autonoom opereren en direct op iets reageren, zonder dat ze van te voren een centrale intelligentie hoeven te raadplegen.

Fenomenale wonderlijke wezens dus, die octopussen. Grote, zwevende wezens die we aantreffen in onze systemen, in onze fantasie en onze eigen gemaakte wereld. Wezens die uit onszelf voortkomen. Hierdoor kunnen we denk ik afsluiten met de gedachte dat we zelf al die trollen, inktvissen en andere vreemde wezens zijn. Wezens die moeten oppassen dat ze niet ten onder gaan aan haast, ambitie en een oneindige honger.



Sjors Tomlow is medewerker in het Digilab in de Bibliotheek Tilburg Centrum.
In zijn blog denkt hij na over fenomenen die hij ziet in het Digilab en neemt hij je mee langs nieuwe ontwikkelingen op het gebied van games, technologie en media.

Lees ook de eerdere Digiblog posts van Sjors:

 

Open source in de Bibliotheek
Dieper de virtuele wereld in
Hoe we veranderen door technologie
Een verhaal dat de computer voor je schrijft
Een spel dat in botsing komt met zijn eigen verhaal
Leren met robots
Snapchat snappen
Minecraft monologen


 

The following two tabs change content below.
Avatar

Corine Kaijim

Avatar

Laatste berichten van Corine Kaijim (toon alles)