Nieuws - Digiblog: Twin Peaks als postmoderne televisie


In het vorige stuk hebben we onderzocht hoe het werk van David Lynch veelal de vorm tot onderdeel van de inhoud maakt. We zijn dit tegengekomen in zijn films, waar de camera, het kijken of het acteren zelf onderdeel worden van het verhaal. Ook in zijn schilderwerk zagen we het creatieve proces en de verf zichtbaar onderdeel worden van de afbeelding, zonder dat het opgaat in een realistisch beeld. Nu we iets meer van David Lynch weten als kunstenaar, kunnen we beginnen met een analyse van Twin Peaks. Om de link duidelijk te maken tussen vorm en inhoud, moeten we eerst onderzoeken in wat voor tijd Twin Peaks uitkwam en wat het eigenlijk voor mechanismes bevat die werkzaam zijn onder het oppervlak.

Postmodernisme

Twin Peaks verscheen voor het eerst in 1990, een tijd waarin veel tv-series hard aan vernieuwing toe waren. Lynch is denk ik goed op de hoogte geweest van “wat er in de lucht hing“, zoals hij het zelf zou omschrijven. Wat er aan zat te komen voor tv was een era van postmodernisme. Natuurlijk waren er al eerder tekenen van postmodernisme in tv-programma’s. In de jaren ’80 gingen tv-programma’s al refereren naar andere tv-programma’s en ook naar zichzelf. De jaren ’90 zijn denk ik pas een echt typisch postmodern era geweest in het televisielandschap, voor een deel ingeluid door Twin Peaks (1990), maar ook door shows als The Simpsons (1989) en Seinfeld (1989).

Postmodernisme is het ontbreken van één centrale waarheid. Het is de fragmentarische wereld die overblijft na het modernisme, zonder stabiele waarheden. Kort gezegd was het modernisme de zoektocht naar absolute waarheid. Een tijdperk van rationaliteit en allerlei wetenschappelijke inzichten. De eerste tekenen van het modernisme verschenen in de verlichting, een periode die aanbrak na de donkere middeleeuwen.

In het postmoderne tijdperk dat na het modernisme komt, brokken deze moderne waarheden af. Er bestaat geen zuivere waarheid meer, is het uitgangspunt van het postmodernisme: alles is slechts een interpretatie die cultureel bepaald is en afhangt van de methode die je gebruikt. Hierdoor valt de waarheid als het ware uiteen in kleine scherven, die allemaal verschillende invalshoeken en perspectieven bieden. Het is tekenend dat dit fragmentarische postmodernisme opkomt vanuit de puinhopen van een vernietigd Europa na de Tweede Wereldoorlog. Waar we postmodernisme na de Tweede Wereldoorlog al heel vroeg tegenkomen als filosofisch concept, duurt het wat langer voordat het opduikt binnen het medium tv. Ik denk dat televisie eerst een eigen ontwikkeling heeft moeten doormaken tot het tv-series ging produceren die wij nu als typisch postmodern beschouwen (waar Twin Peaks, Seinfeld en The Simpsons vroege voorbeelden van zijn).

Laten we een aantal eigenschappen doornemen die Twin Peaks tot echte postmoderne tv-serie maken, om zo te ontdekken wat postmoderne tv nu eigenlijk inhoudt. Door dit te bespreken wordt het een stuk duidelijker in welke zin Twin Peaks in 1990 zo vernieuwend en bijzonder was en krijgen we meteen al meer vat op de verschillende motieven en symbolen die aanwezig zijn. Ook zal ik dankzij deze analyse bij een totaalconcept aankomen voor Twin Peaks. Net als vorige keer bespreek ik Twin Peaks voornamelijk op conceptueel niveau en zal ik geen onthullingen doen in dit stuk die het verhaal spoilen.

Pastiche

Als een werk uit verschillende fragmenten, genres of stijlen is opgebouwd noemen we dit een pastiche (mengelmoes). Pastiche is daardoor een kenmerk van postmoderniteit: er is niet één enkele solide visie, maar een werk bestaat uit verschillende perspectieven of stijlen. Zo zie je bijvoorbeeld talloze kleine hommages en parodieën uit andere genres en stijlen in de eerdergenoemde serie The Simpsons. In het geval van Twin Peaks zien we het pastiche element goed terugkomen door het mixen van genres. Twin Peaks ontstaat in beginsel vooral als Murder Mystery. In dit genre is er een moord gepleegd en de kijker kan meedenken over wie mogelijk de dader is. De centrale vraag van Twin Peaks in de jaren ’90 was “Wie heeft Laura Palmer vermoord?”.

Naast dit format van Murder Mystery bevat Twin Peaks ook motieven uit de Soap Opera, die door middel van intriges en dramatische ontwikkelingen de kijker probeert vast te houden. Bekende motieven uit kitschy soapseries zijn: geheugenverlies, moord, overspel, een tweeling van een bekende speler, het slechte vriendje, cliffhangers, enzovoorts. Al deze motieven zijn terug te vinden in Twin Peaks. Deze elementen van Soap en Murder Mystery zouden Twin Peaks nog tot een redelijk traditionele serie kunnen maken als het hierbij bleef. Wat Twin Peaks echter een echte pastiche maakt, is de toevoeging van vreemde komische momenten die afgewisseld worden door donkere horror.

Unheimlich

Deze twee genres, die normaal gesproken elkaars uitersten zijn, lopen in Twin Peaks op surrealistische wijze door elkaar. Soms komen we emoties van afgrijzen en lachen zelfs tegen in één enkele scène, waarbij de kijker achterblijft met een gevoel dat Sigmund Freud waarschijnlijk zou omschrijven met de term “Unheimlich” (ook bekend als het Engelse begrip “uncanny”). Het “Unheimliche” is een combinatie van iets vertrouwds of veiligs dat een persoon mogelijk aantrekt en tegelijkertijd een corruptie of verdonkering bevat die afstoot.

Dit motief van “Unheimlichkeit” zien we in heel Twin Peaks terug. Het zit verweven in de plaats zelf en in het concept als geheel. Het is het veilige, rustieke “Small-town America” en de bekende omgeving van ouders, vrienden en familie. Deze omgeving wordt gecombineerd met een gevoel dat er iets donkers onder de oppervlakte zit dat niet goed begrepen kan worden en altijd aanwezig kan zijn.

Hierin is Twin Peaks een vernieuwende kracht geweest denk ik. Niet alleen trakteerde Twin Peaks de tv-kijkers op beeld en dialoog die we in de cinema zouden verwachten, maar ook liet de serie een nietsvermoedend tv-publiek de vreemde, surrealistische dissonantie in emoties ervaren van bijvoorbeeld de rouwende ouders Sarah en Leland Palmer. Laatstgenoemden zien we in de serie dansen, zingen en huilen (waarbij soms alle drie door elkaar lopen) op de meest ongepaste momenten. Dit zorgt voor een verwarring tussen gevoelens van ernst en comedy, waar de kijker van jaren ’90 tv gewend was aan eenduidige emoties binnen een voorgekauwd verhaal.

High and Low

Naast de vermenging van Horror en Comedy, is er nog een andere vermenging van uitersten die Twin Peaks absoluut uniek maakt. In aflevering 2 van het eerste seizoen kijken we mee hoe FBI-agent Dale Cooper een droom heeft over de zaak van Laura Palmer. Het is in deze scène, dat Lowbrow art (lage kunst) en Highbrow art (hoge kunst) zich vermengen. Het gaat hier niet om korte kritiek, cynisme of een parodie op hoge of lage kunst. Deze scène creëert een nieuwe dimensie binnen Twin Peaks, die van belang is voor de serie en een spanning oplevert met de reguliere dimensie aan de oppervlakte. Het is in deze scène dat de genres van de Art film en de tradities van surrealistische cinema (hoge kunstelementen uit cinema, dicht- of schilderkunst) gecombineerd worden met de Soap motieven die Twin Peaks als basale structuur gebruikt (lage kunst van tv en popcultuur). Deze “droomscènes”, die later nog meer terugkomen in Twin Peaks met hun teruggespoeld materiaal en poëtische symbolen, doen denken aan de Orpheus trilogie van Jean Cocteau (The Blood of a Poet uit 1930, Orphée uit 1950 en Testament of Orpheus uit 1959). We zouden deze surrealistische aanpak niet verwachten in een mainstream tv-serie, het is eerder het soort droomlogica die je ziet in Art films als Un chien andalou, uit 1929 van Luis Buñuel en Salvador Dali. Het is in deze droom dat we voor het eerst geconfronteerd worden met de abstracte elementen die we later meer zullen tegenkomen in Twin Peaks en de film Fire Walk with me (1992), en ik uiteindelijk zal gaan bespreken.

Zelfbewust

Een ander kenmerk van postmoderniteit en van Twin Peaks als postmoderne tv, is dat het bewust is van zichzelf en dit ook ten uiting brengt in de serie zelf. Dit is erg duidelijk te zien wanneer de inwoners van Twin Peaks een soapserie kijken waarin de gebeurtenissen parallel lopen aan die van het dorp zelf. We zien op zo’n momenten een soapserie in een soapserie ontstaan, alsof Twin Peaks zichzelf en de kijker een spiegel voorhoudt.

Een ander signaal van zelfbewustzijn in postmoderne tv, is het omdraaien van bekende motieven (de inverted trope). Hier laat tv zien dat het zich bewust is van haar eigen traditie en dat het deze op de hak kan nemen door tradities om te draaien. Hierdoor ontstaat televisie die gaat over het format van televisie zelf en daar mogelijk ook een ingebouwde kritiek op geeft. Een goed voorbeeld van omgedraaide motieven vinden we in een van onze hoofdrolspelers, FBI-agent Dale Cooper. Normaal gesproken zou het spanning opleveren zodra de FBI een politieonderzoek komt overnemen in een rustige niet-stedelijke omgeving zoals Twin Peaks. De verstokte, volledig geconditioneerd tv-kijker verwachtte dan ook een conflict tussen de lokale Sheriff Truman en de jonge ambitieuze FBI-agent Dale Cooper. Maar het tegenovergestelde gebeurt: Sheriff Truman en Dale Cooper worden vanaf het prille begin goede vrienden en Truman geeft gelijk toe dat hij alle hulp kan gebruiken en ook alles wat in zijn macht ligt zal doen om Cooper te helpen.

Dale Coopers omgedraaide motieven

Zodra we wat langer stilstaan bij het karakter van Cooper, treffen we nog veel meer omgekeerde motieven aan. Een FBI-agent zou normaal gesproken zeer technisch en pragmatisch te werk gaan. Als kijker verwacht je een no-nonsense karakter dat puur functioneert als arm van de wet. Daarentegen zien we agent Cooper vaak stilstaan bij warme koffie, verse taart en de prachtige dennenbossen die zijn nieuwe omgeving te bieden heeft. Cooper kan genieten van de kleine dingen in het leven en behandelt de inwoners van Twin Peaks op een open en warme manier. Cooper is een spiritueel iemand die dromen serieus neemt en bewonderaar is van het land Tibet met zijn Dalai Lama. Hij probeert zelfs met dromen en technieken van het onderbewuste de moordzaak op te lossen. Ook zien we hem op enthousiaste, jongensachtige wijze praten tegen zijn tape-recorder. Deze monologen, gericht aan de onzichtbare Diane die de tapes blijkbaar ontvangt, zijn een leuke en vaak grappige methode om de bekende voice-over uit het Noir genre te bewerkstelligen (een ander genre waar Twin Peaks veel motieven uit gebruikt). Deze voice-over is op frisse en onverwachtse wijze ingezet en is het omgedraaide van de sombere, cynische voice-overs uit het Noir genre. Al deze eigenschappen maken Cooper niet alleen tot een onverwachts en vernieuwend karakter, maar naar mijn idee ook tot een van de mooiste karakters uit een tv-serie. We zien later nog veel invloeden van Twin Peaks en agent Cooper in andere series terugkomen. Onder andere in het succesvolle The X-Files uit 1993, waar FBI-agent Fox Mulder er een alternatieve aanpak op nahoudt en donkere zaken uit het paranormale onderzoekt.

De kijker van Twin Peaks zal verder in de serie nog veel meer omgedraaide motieven tegenkomen. Enkele voorbeelden zijn een motorbende die staat voor het goede en samenwerkt met lokale politie en tal van personages die stuk voor stuk omwentelingen lijken te maken in hun karaktereigenschappen naarmate de serie vordert.

Intertextualiteit

Nog meer postmodern zelfbewustzijn komen we tegen wanneer een serie refereert naar een andere tv-serie of film. Dit heet intertextualiteit. Met intertextualiteit is film of tv zich opnieuw bewust van zijn eigen medium en het ’gemaakte’ landschap van media waarin het verkeert. Het kan op die manier betekenissen laten ontstaan door te verwijzen naar een andere “tekst”. Een goed voorbeeld hiervan treffen we aan in de namen van Twin Peaks. De naam Laura komt waarschijnlijk uit de gelijknamige Noir film Laura (1944), waarin ook een jongedame met de naam Laura is vermoord en een gepassioneerde detective probeert te achterhalen wie ze nu werkelijk was. Er zijn vele mysteries rondom Laura en iedereen lijkt wel te houden van haar op zijn of haar eigen manier, net als in Twin Peaks. Ook focust de Noir film op het portret van de vermoorde Laura, zoals ook gebeurt in Twin Peaks. De namen Norma Desmond en Gordon Cole zijn ontleend aan Sunset Boulevard van Billy Wilder: één van Lynch’ favoriete films. We treffen vaker verwijzingen naar Sunset Boulevard aan in Lynch’ werk, namelijk in zijn films Mulholland Drive en Inland Empire.

Verdere verwijzingen naar namen uit de popcultuur zijn eigenlijk te talrijk om op te noemen. Zo zijn er de broers Ben en Jerry Horne, die doen denken aan het merk Ben & Jerry’s. Opvallend is ook dat beide broers een obsessie met eten hebben en in één aflevering zien we ze ook daadwerkelijk eten uit een grote pot roomijs.

Ook hebben we Garland Briggs, die in een aflevering zijn eigen naam verwart met die van Judy Garland, terwijl hij buiten bewustzijn lijkt te verkeren. Deze verspreking lijkt me niet toevallig, wetende dat Lynch zeer vaak verwijzingen en motieven gebruikt uit The Wizard of Oz (1939), waarin Judy Garland de hoofdrolspeelster was. Ook is er in Twin Peaks een Harry S.Truman, die deze naam heeft te danken aan de oud-president van de Verenigde Staten. Verder in de serie raken we bekend met de naam Bob, die een verwijzing kan zijn naar Bob’s Big Boy: een restaurant waar Lynch zeven jaar lang elke dag een milkshake dronk en op servetjes tekende, om ondertussen te kunnen nadenken over zijn vele projecten. Tot slot zien we nog veel meer stijlen, namen en verwijzingen naar oude films en series, waaronder referenties die doen denken aan films met Marlon Brando en James Dean.

Deconstructie

Nog een eigenschap van postmodernisme is deconstructie. Dit is het uit elkaar vallen of uit elkaar halen van de waarheid en van bestaande narratieven. Twin Peaks is dit aan de ene kant aan het doen door al die eerdergenoemde genres en bekende motieven te ontmantelen. Daarnaast is er sprake van de deconstructie van tijd, door middel van flashbacks en een niet-chronologische tijdlijn. Een andere, unieke manier waarop Twin Peaks de ’flow’ van tijd uit elkaar lijkt te halen, zien we in de scènes rondom de Red room. Ook zullen vooral de film (die zich afspeelt voor de gebeurtenissen van de serie) en het nieuwe seizoen van Twin Peaks veel spelen met deze flow van tijd en verschillende momenten uit de tijdlijn van het verhaal.

Contradictie

Dan hebben we ook nog de kwestie van de contradictie waarmee we tegelijkertijd aankomen bij het totaalconcept van Twin Peaks. Als er geen centraal genre bestaat en alles door elkaar loopt en tegelijkertijd kan bestaan, worden we geconfronteerd met een hele hoop contradicties. Deze contradicties kunnen we tegenkomen in de verschillende genres die Twin Peaks mixt, zoals Horror en Comedy, Soap en Noir, High en Low art. De tv-serie is daardoor niet meer goed te vatten in klassieke genres. Het is tenslotte een postmoderne show. Waar er normaal ook contradicties in het moraal zijn van de karakters en hoofdpersonen (zoals bij een antiheld), lijkt dit in Twin Peaks niet te gebeuren. In Twin Peaks blijven goed en kwaad gescheiden. Een verdeling tussen zwart en wit die elkaars tegenovergestelde zijn.

Antiheld

De antiheld is normaal gesproken een goed voorbeeld van postmoderne contradictie en het vervagen van grenzen binnen een karakter. Waar in klassieke verhalen voorheen de held altijd goed was en tegenover een slechterik stond die compleet kwaadaardig was, is dit gegeven meestal gemengd in postmodern materiaal. Postmoderniteit wil vaak laten zien dat de wereld complexer is dan alleen goed en slecht. De antiheld is een voorbeeld van een hoofdpersoon met wie de kijker zich identificeert, maar die toch mogelijk ook allerlei slechte eigenschappen heeft. De antiheld maakt fouten, hij worstelt met innerlijke demonen en hij heeft een schaduwzijde die hij in toom probeert te houden.

Denk bijvoorbeeld aan de typische detective uit het Noir genre, die vaak een alcoholprobleem heeft en een somber verleden met zich meedraagt. Hij doet dingen die de traditionele kijker niet zal goedkeuren en heeft misschien wel een dochter, vrouw of ander familielid die hij in het verleden niet correct behandeld heeft. Tegelijkertijd is deze antiheld, juist door zijn gebrekkige moraal, in staat om buiten de traditionele regels van wet en verhaal te stappen. Op deze manier kan de antiheld hedendaagse criminelen aanpakken in een cynische wereld die mogelijk corrupt en verhard is geworden.

Een andere vorm van dezelfde postmoderne menging ontstaat zodra we meekijken in het leven van een crimineel of andere slechterik. Hierdoor ontstaat bij de kijker mogelijk begrip voor de zaak van de slechterik. Dit kan diepgang en realisme met zich meebrengen en beide fenomenen leveren grijsgebieden op waar karakters voorheen zwart-wit werden weergegeven.

De goedheid in de wereld

Deze grijsgebieden en twijfelachtige moraal van helden komen we bijna niet tegen in Twin Peaks. Het is opvallend dat Twin Peaks nog echte, door-en-door goede personages heeft zoals Agent Cooper, Harry S. Truman en Major Briggs. Deze personages komen in de serie tegenover door-en-door slechte krachten te staan. Zelfs als er dualiteit en twijfel ontstaat over de moraliteit van een karakter, treedt er een mechanisme op in Twin Peaks dat het goede van het kwade scheidt. Al zijn er veel personages die een omwenteling maken, uiteindelijk komen ze altijd uit aan de kant van het goede of het kwade. Zodra een karakter een omwenteling maakt, staat er altijd weer een andere kracht tegenover waardoor het universum van Twin Peaks gebalanceerd blijft.

Deze heldere verdeling in Twin Peaks is gek genoeg een teken van moderniteit. Het is de aanwezigheid van duidelijke goede krachten die helder schijnen, en een bodemloos kwaad dat hier haaks op staat. Ook is het opvallend dat Twin Peaks hierdoor niet vervalt in cynisme en ironie, zoals we zo vaak tegenkomen in het postmodernisme. Dit is weer een eigenschap die Twin Peaks uniek maakt.

De tv van de jaren ’90 was juist in de greep van een nieuw soort sarcasme en ironie, duidelijk aanwezig in de talkshows en in comedy zoals het eerdergenoemde Seinfeld of The Simpsons. Ook komen we in een serie als The X-files, die veel elementen van Twin Peaks overnam, veel meer cynisme en wantrouwen tegen, bijvoorbeeld ten aanzien van de overheid. Twin Peaks laat daarentegen een wereld zien waar we nog vertrouwen kunnen hebben in de overheid en het optreden van autoriteitsfiguren: alle drie genoemde personages uit Twin Peaks zijn niet alleen door-en-door goedaardig en betrouwbaar, ze zijn ook nog eens armen van de wet. We zien hier een majoor, een FBI-agent en een lokale sheriff die nog kunnen optreden als vaderlijke figuren voor de burger, in een tijd dat het niet cool was om op tv goedaardig en openhartig te zijn. Een tijd waarin je niet naïef wilde lijken en waarin er denk ik naar veiligheid gezocht werd door middel van een ironisch soort onthechting en sarcasme.

Het mechanisme en totaalconcept van Twin Peaks

Ondanks al die voorgaande postmoderne kenmerken, kunnen we concluderen dat Twin Peaks een totaalconcept heeft. Toepasselijk voor het postmodernisme is wel, dat dit totaalconcept te maken heeft met contradictie. Dit totaalconcept lijkt zo consistent doorgevoerd, dat er toch een soort overkoepelende waarheid komt bovendrijven. Het grote concept dat al deze tegenstrijdige emoties, fragmenten en genres aan elkaar verbindt, is het concept van polarisatie, waarbij zwart en wit tegenover elkaar komen te staan. Ik kan dit concept het beste omschrijven als het idee van de ’tegenovergestelde tweeling’. In Twin Peaks is dit concept als een natuurwet aan het werk om alles te dubbelen en zo een balans in de wereld te creëren.

Waar Twin Peaks in eerste instantie gewoon een naam van een plaats lijkt te zijn, is het denk ik ook een filosofisch totaalconcept. Het concept van ’de tweeling’ in de naam ’Twin Peaks’ komen we overal tegen. Niet alleen gebruikt de serie acteurs die op elkaar lijken, er zijn acteurs die een dubbelrol krijgen, verhaallijnen worden gedubbeld en er ontstaat zelfs een tweeling dimensie. Deze twee verschillende dimensies van Twin Peaks worden afgebeeld in een reguliere alledaagse dimensie en in een abstracte droomdimensie: de Red Room (voor het eerst te zien in Coopers droom). Ook deze twee dimensies, die de hele tijd als elkaars tegenhangers blijven bestaan, zijn onderverdeeld in een eigen tweeling. De Red Room is een soort wachtkamer die gekoppeld is aan twee dimensies: namelijk de Black Lodge en de White Lodge. Opnieuw is dit een tegenstelling: zwart/wit, goed/slecht, yin/yang. De reguliere alledaagse dimensie van Twin Peaks is ook gedubbeld op zijn eigen manier. In het begin is dit te zien in de soapserie “Invitation to love“, die de inwoners kijken en die parallel loopt aan de gebeurtenissen in Twin Peaks. Later in het derde seizoen ontbreekt deze soapserie. Opvallend is dat (waarschijnlijk juist omdat deze soapserie ontbreekt) er een andere parallelle serie ontstaat binnen de reguliere dimensie. Alsof ook de normale realiteit altijd zijn eigen tweeling nodig heeft om in balans te blijven. Deze parallelle serie speelt zich af rondom een gebied dat Rancho Rosa heet. Dit levert opnieuw twee series op, die zich afspelen in de alledaagse dimensie en opnieuw karakters, gebeurtenissen en symbolen van elkaar lijken te spiegelen.

Het is opvallend hoe deze natuurwet van de “tegenovergestelde tweeling” te allen tijde gehandhaafd moet blijven om balans te houden. Als er iets goeds aanwezig is in Twin Peaks, moet er ook iets slechts tegenover staan. Naarmate de serie vordert is dit steeds duidelijker te zien. In deze zin werkt Lynch zich op vanuit de puinhopen van het postmodernisme naar een moderne constructie. Lynch begint weer een groot verhaal te vertellen over licht en donker, dat als een meta-narratief centraal komt te staan. Dus ondanks alle eigenschappen van postmoderniteit, ontstaat er in Twin Peaks ook weer een kern die modern is.

Ik ga in mijn volgende blog post aan de hand van concrete voorbeelden laten zien hoe dit concept werkt en hoe goed en slecht gescheiden blijven. Zoals beloofd ga ik dan ook de abstracte symbolen van Twin Peaks verklaren; deze komen samen met het idee “Medium is the message” uit het vorige stuk. In het laatste stuk van deze serie posts zal ik omschrijven hoe deze verdeling van goed en kwaad tot stand is gekomen in de wereld van Twin Peaks en ga ik zelfs een poging wagen om het einde van seizoen 3 te voorspellen (op het moment van schrijven is net episode 10 verschenen van de 18 nieuwe afleveringen). Maar, geen zorgen, spoilers zullen op tijd aangekondigd worden!



Sjors Tomlow is medewerker in het Digilab in de Bibliotheek Tilburg Centrum.
In zijn blog denkt hij na over fenomenen die hij ziet in het Digilab en neemt hij je mee langs nieuwe ontwikkelingen op het gebied van games, technologie en media.

Lees ook de eerdere Digiblog posts van Sjors:

 

Twin Peaks en de kunst van David Lynch
Vreemde grote wezens

Open source in de Bibliotheek

Dieper de virtuele wereld in
Hoe we veranderen door technologie
Een verhaal dat de computer voor je schrijft
Een spel dat in botsing komt met zijn eigen verhaal
Leren met robots
Snapchat snappen
Minecraft monologen


 

The following two tabs change content below.
Avatar

Corine Kaijim