Nieuws - Digiblog: Dieper de virtuele wereld in


Langzaam vlieg ik boven de aarde, terwijl ik besluit New York beter te bekijken. Met een snelle beweging komt de skyline op me af en zie ik straten in beeld komen. Voor me zag ik nog in een kort moment de bekende grijze brij als een motief voor me, terwijl het beeld geladen werd. Heel even een nietszeggende massa, als een foto vermalen door papier-maché. Snel vormt het een fotografisch beeld. Gebouwen die ik zo vaak eerder zag. De Diner waar Jerry en George zaten, de brandweerkazerne of die grote steen in Central Park. Helder staan ze voor me en levensecht. Herinneringen uit films en series komen terug, ik zag ze vaak en ze zijn volledig vertrouwd geworden. Is iets echt als ik me het kan herinneren? En ben ik er nu op dit moment, vraag ik me af. Nee, denk ik nog, terwijl ik de VR-bril neerleg om uit de Google Earth-app te stappen en terug te keren naar de bibliotheek.

Virtuele wereld

augmented-reality-1853592_1920Ik vergeet eigenlijk de hele tijd dat we al zo ver zijn. Laat ik het beter zeggen, ik vergeet dat het bijzonder is. Zodra ik kennismaak met een nieuw stuk technologie dat goed werkt, lijkt het onmiddellijk onzichtbaar te worden door dagelijks gebruik. Het is alsof ik me bijna niet kan herinneren hoe de vorige telefoon er ook alweer uitzag, hoeveel langzamer de oude computer was. Het lijkt vaak alsof internet er altijd al was en iedereen altijd al een telefoon bij zich had. Onze wereld is een virtuele wereld. Er zijn niet alleen overal razendsnelle computers die we elke dag gebruiken, we dragen technologie in onze broekzak die ons ten alle tijden verbindt met elkaar. Er zijn VR-brillen, 3D-printers, robots en alles lijkt automatisch te gaan tegenwoordig. Bovenal zijn onze identiteit en wereldbeeld virtueel: het zijn afspraken en concepten in ons hoofd, zoals we in de vorige blogpost onderzocht hebben.

Het zit denk ik gewoon in ons als mens om de wereld te willen vatten in afspraken, regels, concepten en systemen om op die manier grip te krijgen. Zodra je de fenomenen van de wereld echter gaat omschrijven in regels, ontstaat er een kopie in je hoofd die niet echt is. We verliezen de werkelijkheid uit het oog of hebben deze in eerste instantie al niet kunnen zien. Nu is er natuurlijk ook nog iets anders dan ons denken en het systeem. We hebben altijd nog de wereld daarbuiten: de natuur en bijvoorbeeld het heelal met de sterren en planeten. Allemaal ontstaan buiten de mens en het virtuele om.

Gesimuleerde wereld

Maar wat nu als alles virtueel is? Ook die natuur en het heelal met de sterren? We hebben al heel vaak geprobeerdposter-1663612_1920 om ons chaotisch en onverschillig universum te vatten in verhalen en systemen. Aan de ene kant proberen we via wetenschap steeds meer vat te krijgen op de natuur en het universum. Aan de andere kant hebben we heel lang het geloof als belangrijkste leidraad gehad. Een geloof dat dit alles gemaakt is door iets of iemand die misschien wel op ons lijkt.

Heel lang leek dit geloof voor mij haaks op de wetenschap te staan.
Het lijkt iets dat we onszelf wijsmaken om een beter gevoel te krijgen bij de wereld. Ja, de wereld kan hard of onverschillig zijn, maar als iemand hierachter zit, dan zal het vast wel allemaal een bedoeling hebben en is het bovenal niet allemaal voor niets. Dit leek me altijd iets dat niet waar kon zijn: hoe kan alles nu gemaakt zijn door iemand en hoe kun je dit wetenschappelijk benaderen? Toch is er een theorie die wetenschap en geloof een stuk dichter naar elkaar toe brengen, namelijk de levenssimulatietheorie. Deze theorie bestaat uit de notie dat wij mogelijk nu al in een simulatie leven.

Filosofische wereld

Dit lijkt in eerste instantie iets absurds. Iets uit sciencefictionfilms zoals The Matrix, waar we ingeplugd zijn in een machine en een gesimuleerde wereld onze zintuigen voor de gek houdt. Toch is de notie dat onze huidige wereld mogelijk een simulatie is, een bekende notie waar filosofen al heel lang over nadenken. We zien het concept uit deze bekende sciencefictionfilm door de tijd heen steeds terugkomen in verschillende vormen.

Als we heel ver teruggaan naar ongeveer 300 voor Christus, komen we in de Chinese filosofie bijvoorbeeld de werken van Meester Zhuang Zi tegen. In het werk De Vlinder Droom, waarschijnlijk een samenwerking van Meester Zhuang Zi zelf en Zhuang Zhou, vraagt Zhuang Zhou zich na een mooie droom af wat nu droom en wat werkelijkheid is. Was hij een mens die droomde dat hij een vlinder was, of is hij een vlinder die ervan droomt een mens te zijn?

Plato omschreef een situatie waar mensen in een grot geboren worden en opgroeien, afgesloten van de wereld en vastgeketend. Als we alleen kunnen staren naar een lege muur met schaduwen, zouden we dan denken dat deze schaduwwereld in de grot de enige echte was? Hij omschreef dit in zijn Allegorie van de grot, en zag de filosoof als iemand die zich losmaakt van zijn ketenen, en uit de grot stapt om zo de werkelijke wereld te aanschouwen.

Het idee van een gesimuleerde wereld doet ook denken aan een beroemde uitspraak van de filosoof René Descartes. Descartes vroeg zich af of zijn hele wereld een droom was. Hij vertrouwde eigenlijk op niets en vroeg zich af hoe we zeker kunnen zijn dat de volledige werkelijkheid om ons heen niet gewoon een droom of illusie is, gemaakt door een duivel of boze geest. Door steeds dingen weg te strepen kwam hij uit op de uitspraak “Ik denk, dus ik ben”. Hij twijfelde misschien wel aan alles om hem heen, maar zolang hij kon denken en twijfelen moest hijzelf wel echt zijn, dacht Descartes.

In 1974 werd deze kwestie van een mogelijke niet-echte wereld treffend onder de aandacht gebracht in een gedachte-experiment van Robert Nozick (uit zijn boek Anarchy, State and Utopia). Nozick koppelde de notie van de niet-echte wereld aan technologie in de vorm van een machine die ons brein zou kunnen stimuleren. Nozick vroeg zich af: “Als je jezelf zou kunnen inpluggen in een machine die je constant plezierige ervaringen geeft, zou je dit dan verkiezen boven de echte wereld?”

Levenssimulatietheorie

andromeda-galaxy-755442_1280Na deze vraag van Robert Nozick ontstaat meteen een andere vraag: wat is de echte wereld dan? Als dit inpluggen een mogelijkheid is, misschien zijn we dan al ingeplugd op het moment dat de vraag gesteld wordt. In 2003 schreef Zweedse filosoof Nick Bostrom een pakkende scriptie onder de naam Simulation argument. Dankzij deze scriptie kreeg de theorie dat wij nu al in een simulatie leven opnieuw veel aandacht. Vooraanstaande sprekers op dit gebied als Ray Kurzweil, David Chalmers, Sam Harris, Elon Musk en Neil deGrasse Tyson zien deze theorie als een serieuze mogelijkheid. Naar hun idee is de theorie net als voor Bostrom een kwestie van kansberekening: we gaan hoogstwaarschijnlijk in de toekomst met onze verbeterde rekenkracht mensen simuleren in een wereld op de computer. Het is interessant om een simulatie te maken van de wereld, een simulatie van onze geschiedenis, onze mogelijke toekomsten en om te spelen met allerlei variabelen en hier lering uit te trekken. Omdat het zo waarschijnlijk is dat dit gaat gebeuren en al eerder gebeurd is, is er volgens de theorie een veel grotere kans dat wij op dit moment in één van de vele simulaties leven, dan toevallig in de enige echte wereld.

In deze theorie schuilen opnieuw elementen die ons doen denken aan geloof, namelijk die van een mogelijke schepper die onze wereld heeft gemaakt. Een designer, programmeur of iets dat de computer heeft aangezet en zo onze wereld geschapen heeft. Het klinkt vreemd, maar het doet niets af aan onze huidige wereld, wij kunnen niet voorbij de grenzen van onze simulatie komen. Het lijkt ook juist een aantal fenomenen te verklaren: hoe de big bang een soort startpunt was toen de computer werd aangezet. Waarom we iets lijken aan te treffen dat sterk op code lijkt in onszelf en in de kleinste deeltjes van de natuur. Hoe kwantumfysica laat zien dat materie verandert zodra het geobserveerd wordt: allemaal dingen die we ook in de wereld van computergames tegenkomen.

Wie weet had die wereld van Google Earth dus wel meer weg van de “echte wereld” dan je in eerste instantie zou denken. Die virtuele wereld waar ik me voor een kort moment niet bewust was van mijn menselijke beperkingen. Waar ik heel even kon vliegen boven de aarde, als een vlinder.

Foto’s: Pixabay


Sjors Tomlow is medewerker in het Digilab in de Bibliotheek Tilburg Centrum. In zijn blogs denkt hij na over fenomenen die hij ziet in het Digilab en neemt hij je mee langs nieuwe ontwikkelingen op het gebied van games, technologie en media.

 

Sjors Tomlow is medewerker in het Digilab in de Bibliotheek Tilburg Centrum.
In zijn blog denkt hij na over fenomenen die hij ziet in het Digilab en neemt hij je mee langs nieuwe ontwikkelingen op het gebied van games, technologie en media.

 

Lees ook de eerdere Digiblog posts van Sjors:
Onze virtuele wereld
Hoe we veranderen door technologie
Een verhaal dat de computer voor je schrijft
Een spel dat in botsing komt met zijn eigen verhaal
Leren met robots
Snapchat snappen
Minecraft monologen


 

The following two tabs change content below.
Avatar

Corine Kaijim