Van buren naar samenwonen in het VerHalenHuis

In mei 2018 verhuisde de Bibliotheek Wagnerplein naar een prachtig nieuw onderkomen, naast sportcomplex Drieburcht. Burgemeester Weterings opende dit VerHalenHuis, waar de Bibliotheek, Stadswinkel Noord en het Ronde Tafelhuis onder één dak te vinden zijn. Aan die verhuizing gingen twee jaar vooraf van ‘proefsamenwonen’ op een tijdelijke locatie. Marieke Vermeer, (programmamaker bij de Bibliotheek) en Halima Özen (voormalig programmamaker bij het Ronde Tafelhuis), blikken terug op deze periode: hoe groeiden zij als collega’s en teams steeds verder naar elkaar toe?

Wie begon het eerst over samenwonen?
Het moment kan ik in me nog vrij goed voor de geest halen. Ik was bij een nieuwjaarsreceptie van het Ronde Tafelhuis, in gesprek met directeur Thea van Blitterswijk. Toen daarbij de term ‘samenwonen’ viel, zag ik het meteen al wel voor me, want de doelstellingen van onze organisaties sluiten heel goed op elkaar aan.

Intern ging er bij beide organisaties natuurlijk nog wel wat discussie aan vooraf: kunnen we met die ander onder één dak wonen, en tegelijkertijd ook onze eigenheid behouden? Toen we daar uiteindelijk allebei volmondig ‘ja’ op hadden gezegd, hebben we samen de naam bedacht voor ons nieuwe gezamenlijke onderkomen: het VerHalenHuis.

De vonk tussen Halima en mij sloeg over toen wij als programmamakers samen de opening van het tijdelijke VerHalenHuis gingen voorbereiden. We hebben daar allebei veel energie in gestopt, wilden echt iets moois neerzetten. Met die openingsweek hebben we toen ook meteen een aantal sterke programmalijnen uitgezet voor het verdere activiteitenaanbod van het VerHalenHuis. In die periode werden we ‘professioneel verliefd’.

Samenwonen is een grote stap: wat vond jullie omgeving?
Toen het Ronde Tafelhuis en de Bibliotheek in 2016 samen verhuisden naar een tijdelijke locatie op het Wagnerplein, mocht iedereen daar in principe gebruikmaken van elkaars ruimtes. Bezoekers moesten daar soms even aan wennen. Geleidelijk aan zag je dat vaste bezoekers van het Ronde Tafelhuis, aan de leestafel aanschoven bij stamgasten van de Bibliotheek. Zo ontstonden er nieuwe gesprekken en contacten, precies wat we met die plek voor ogen hadden.

Jullie groeiden dus langzaam naar elkaar toe?
Ja, de samenwerking werd intensiever. We gingen elkaar steeds vanzelfsprekender op de hoogte houden van projecten. We leerden handig gebruikmaken van elkaars netwerken. En we hielden elkaar scherp: wat is de meerwaarde van deze activiteit? Past dit echt bij het VerHalenHuis? Niet alles deden we samen, overigens: er waren ook projecten waarbij het niet logisch was om samen op te trekken. Of waarin één van ons duidelijk de lead nam. Dan sloeg diegene even met de vuist op tafel: ‘Dit thema is echt óns ding, hierin trekken wij de kar.’ We hebben gewoon ontzettend veel van elkaar geleerd, wel en wee gedeeld. Doordat we steeds meer projecten samen deden, zagen we elkaar gewoon heel vaak. Niet dagelijks, want ik ben programmamaker voor vier verschillende bibliotheken. Dan kreeg ik soms, zonder dat we een afspraak hadden, ineens een appje van Halima: ‘Waar blijf je? Waar ben je?’ Dan ben je behoorlijk naar elkaar toe gegroeid, toch?

Jullie eerste ontmoeting was op een parkeerplaats?
Niet helemaal. Toen ik in 2010 begon als programmamaker bij het Ronde Tafelhuis, waren wij en de Bibliotheek elkaars buren – met een parkeerplaats tussen ons in. Het Ronde Tafelhuis organiseerde toen maandelijks een filmavond samen met de Bibliotheek; buiten die avonden om hadden we niet zoveel contact met elkaar.

Dat veranderde begin 2015, toen er in Parijs een aanslag werd gepleegd op de redactie van Charlie Hebdo. Die gebeurtenis bracht heel veel teweeg in Tilburg Noord. Het Ronde Tafelhuis organiseerde een drukbezochte debatavond, met medewerking van een redactiechef van het Brabants Dagblad, een woordvoerder van een moskee, een hoogleraar vreemdelingenrecht en toenmalig burgermeester Noordanus. ‘Hier moeten we meer mee’, dachten we na afloop van die avond. Samen met ContourdeTwern zetten we het project Radicaal Anders op. Dat werd onze eerste échte samenwerking met de Bibliotheek.

Vanaf dat moment wisten we de Bibliotheek steeds vaker te vinden als samenwerkingspartner. Dat kwam doordat Marieke en ik ontdekten wat we aan elkaar hadden, maar ook door de verandering die binnen de Bibliotheek was ingezet: van een bibliotheek die alleen uitleent, naar een meer programmerende bibliotheek.

Opposites attract, gold dat ook voor jullie?
De verschillen tussen onze beide organisaties waren behoorlijk groot. Bij de Bibliotheek waren de medewerkers onderdeel van een grotere organisatie, wat maakt dat je intern meer moest afstemmen en verantwoorden. Dat kan een zwakte zijn, maar ook een kracht: in de programmering waren zij misschien sterker gericht op samenhang, de grotere lijnen.

Het Ronde Tafelhuis werkte met een grote groep vrijwilligers, die veel tijd en energie in projecten konden stoppen en gewend waren om alles aan te pakken. We konden snel schakelen, waardoor er makkelijker op de actualiteit kon worden ingespeeld.

En jullie collega’s, waren die net zo enthousiast?
Toen we eenmaal verhuisd waren naar onze tijdelijke gezamenlijke locatie, raakten mensen uit beide teams vrij snel op elkaar ingespeeld. Ze gingen elkaar ook collega noemen, deden ook echt dingen voor elkaar. En af en toe waren er van die typische dingen die erbij horen, ook als je privé gaat samenwonen: varianten op de slingerende sokken, het dopje van de tandenborstel, de koelkast die ineens leeg is.

Dat we echt naar elkaar toe gegroeid zijn, merkte je ook duidelijk toen we dit voorjaar verhuisden naar het nieuwe VerHalenHuis en iedereen zijn schouders eronder zette. De ene dag ging iemand van de Bibliotheek lunch halen voor iedereen, de andere dag iemand van het Ronde Tafelhuis. Zo werd deze klus met vereende krachten in een aantal dagen geklaard, en openden we daarna samen de deuren van een prachtig nieuw gezamenlijk (t)huis: het VerHalenHuis.


Lees het hele artikel van het Brabants Dagblad