Taalklas: spelenderwijs woordenschat ontwikkelen

Ze gaan gewoon naar het basisonderwijs, net als alle kinderen, maar ze zijn het Nederlands nog niet machtig. Kinderen van immigranten, zoals vluchtelingen en arbeidersmigranten. ‘Daar moeten we iets aan kunnen doen’, dacht Joep van den Hout, directeur van basisschool De Doelakkers in Hilvarenbeek. Daarom begon hij in oktober 2015 met de Taalklas.

“Ze moesten de tribune controleren”, leest juffrouw Rinel Vriens voor vanaf het digitale bord in de Taalklas. “Wat is controleren?” Het is één van de woorden die de vijf meisjes die in de klas zitten, deze donderdagmiddag onder de knie moeten krijgen.

De andere helft van de klas zit even verderop in de lerarenkamer, samen met leesconsulent Gerdje Francken. Vanuit de Bibliotheek in Hilvarenbeek komt ze bijna twee keer per maand langs bij de Taalklas. “Dan neem ik de boekenkist mee, met daarin boeken die de kinderen tussendoor kunnen lezen, of die Rinel kan gebruiken om haar lessen mee te ondersteunen”, legt Gerdje uit. “Dat zijn niet alleen leesboeken, maar ook informatieve boeken, zoekboeken of bijvoorbeeld een moppenboek. Van alles wat, zodat de kinderen via alle kanten geprikkeld worden om te lezen.”

Spelenderwijs

Zelf gaat ze tijdens haar bezoek altijd met een deel van de groep zitten om spelenderwijs kennis te maken met een nieuw onderwerp. Vandaag gaat het over ridders. “Hoe heet het huis waar ridders wonen?”, vraagt Gerdje aan de nieuwsgierige kinderen. Sommigen blijven verlegen zitten, anderen vliegen overeind om een gokje te wagen. “Een prinsessenhuis!”, roept een meisje enthousiast. Gerdje: “Dat is ook een hele mooie naam, maar we noemen het ook wel een kasteel of paleis.”

Het groepje leerlingen van de Taalklas is klein. Zo vlak na de kerstvakantie telt de klas twaalf kinderen, voornamelijk uit Syrië en Eritrea. “Twee dagen per week komen ze in deze groep samen. De andere drie dagen zitten ze gewoon op hun eigen school, bij hun leeftijdsgenootjes”, vertelt juf Rinel.

Ze staat sinds oktober 2016 voor de klas en helpt de leerlingen om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. “In de ochtend komen we bij elkaar om te vertellen wat iedereen heeft beleefd in het weekend of de dag daarvoor. Dan draait het voornamelijk om durven vertellen. Na de kring gaan we lezen en in opdrachtenboekjes aan de slag”, omschrijft Rinel het ochtendprogramma. “De middag bestaat uit nieuwsbegrip en werken op de iPad.”

De lessen draaien helemaal om taal: woordenschat, spelling, begrijpend lezen. “Maar ook de maatschappelijke betrokkenheid en thema’s die in Nederland spelen komen aan bod. Bijvoorbeeld nieuws over energiedrankjes, dat is iets wat de kinderen zelf ook aanspreekt.”

Adviseren en ondersteunen

Al sinds het begin van de Taalklas is de Bibliotheek betrokken bij het project. Aanvankelijk regelde de Bibliotheek enkel een kleine boekencollectie. Pas toen Rinel voor de klas kwam te staan, intensiveerde de samenwerking. Inmiddels ondersteunt de Bibliotheek de Taalklas op verschillende vlakken. Gerdje: “Onze meerwaarde is dat we leerkrachten kunnen adviseren: welke boeken kun je gebruiken en welke kun je beter laten gaan. En ook de leerlingen ondersteunen we, zodat ze de taal onder de knie krijgen en zelfredzaam worden.” Als leesconsulent brengt ze zelf dus regelmatig een nieuwe selectie boeken naar de Taalklas, die aansluit bij het onderwerp dat op dat moment speelt.

Maar de kinderen gaan ook eens in de anderhalve maand naar de Bibliotheek toe. Om zelf boeken uit te kiezen. “Ik ben een enorme leesfanaat en vind het enorm belangrijk dat kinderen boeken lezen”, vertelt Rinel. Het uitstapje zorgt er ook voor dat de kinderen zelfstandiger worden en de Nederlandse normen en waarden leren. “Dat het hun eigen verantwoording is dat ze de boeken binnen drie weken terugbrengen, dat ze er zuinig op zijn en niet erin tekenen. Voor ons is dat heel logisch, maar voor hen vaak niet duidelijk.”

Woordenschat

Omdat de klas zo klein is, zitten er kinderen uit alle leeftijdscategorieën. Van groep 3 tot en met 8. Rinel: “Sommige buitenlandse kinderen stromen in bij de kleutergroep en hebben de Nederlandse taal al aardig onder de knie. Anderen niet. Hier leren ze hun woordenschat ontwikkelen.” Ze probeert de groep op te splitsen in twee niveaus, zodat ook de oudere kinderen uitdaging houden. “Zodra de kinderen het Nederlands voldoende beheersen, gaan ze weer naar hun eigen klas. Maar de meesten zitten hier toch wel meerdere jaren.”

Hoe de toekomst van de Taalklas eruitziet, is nog maar de vraag. De gemeente Hilvarenbeek is ook komend jaar verplicht om vluchtelingengezinnen op te vangen. Maar of dat gezinnen met (oudere) kinderen of zonder kinderen zijn, dat is afwachten.

Tekst en foto’s: Manon de Boer