KennisMakerijRevue Online: de talks uit de LocHal in je eigen huiskamer

De Bibliotheek LocHal, door vele Tilburgers gedoopt tot ‘de huiskamer van de stad’, trekt na de opening in 2019 zo’n tweeduizend bezoekers per dag. Een groot succes waarbij veel ruimte is voor ontmoeting en kennisuitwisseling. Maar wat doe je als je na zo’n succesvol jaar opeens je deuren moet sluiten vanwege het coronavirus? De bibliotheek schakelde razendsnel over op online programma’s zoals de KennisMakerijRevue: wekelijkse online talks over uiteenlopende onderwerpen. MEST* sprak erover met programmamakers Eef van Eerdewijk en Mark Dekker.

Welke rol speelt de LocHal in het leven van Tilburgers?

Eef: “Na de opening kregen we meteen heel veel aandacht en de mensen uit Tilburg en daarbuiten hebben ons binnen no time omarmd. We ontvingen ontzettend veel verzoeken en ideeën voor de programmering. Dat eerste jaar was echt bizar. We waren gewoon een dag per week bezig om alle mails weg te werken!”

Wat was de functie van de KennisMakerij vóór corona?

Eef: “Een paar jaar geleden hebben we met De Bibliotheek Midden-Brabant de overstap gemaakt van een uitleenbibliotheek naar een programmerende bibliotheek. De programma’s die wij maken, gaan vrijwel altijd over sociaal-maatschappelijke onderwerpen waarmee we inspiratie willen bieden. De KennisMakerij is tegenwoordig de naam van de ‘trappentribune’ in de LocHal. Die ruimte heeft een podiumfunctie en nodigt uit tot debat en discussie. Hier kunnen we kennis en verhalen delen op andere manieren dan alleen via het boek.”

Mark: “Ja, een bibliotheek is meer dan alleen een plek met boeken. We willen meegaan met de tijd van nu en experimenten aangaan. Ik denk dat we wel kunnen stellen dat dat heeft gewerkt. In dat eerste jaar hebben veel mensen de bibliotheek weten te vinden als ontmoetingsplaats.”

En toen kwam corona…

Mark: “Begin 2020 hadden we eigenlijk het volste programma ooit. Toen begin maart opeens allerlei maatregelen werden afgekondigd, bleef met de Afhaalbieb onze uitleenfunctie gelukkig overeind. Maar van dat volle programma ging het meeste natuurlijk niet meer door, terwijl we juist net een mooie stap hadden gemaakt naar die programmerende bibliotheek. In die tijd was er een tsunami aan online initiatieven. We vroegen ons toen sterk af of we daarin mee moesten gaan of niet.”

Wat was jullie overweging om tóch online iets te organiseren?

Mark: “Zó veel mensen hadden de LocHal inmiddels gevonden en we bedienden sinds de opening ook allerlei nieuwe doelgroepen. Dat was te waardevol om zomaar los te laten. Daarom bedachten we een virtuele programmering, onder de naam KennisMakerijRevue. Op die manier konden we dat huiskamergevoel bij de mensen thuis brengen, met een lege LocHal als decor. Dit was dezelfde naam als die van de afscheidsavond op onze oude bibliotheeklocatie. Die naam vonden we toen passend omdat er allerlei verschillende onderwerpen en disciplines langs kwamen. Dat paste ook nu weer mooi binnen dit experiment met de online reeks.”

Hoe kwamen jullie tot de inhoud?

Eef: “Het eerste seizoen ging voornamelijk over ‘het nieuwe normaal’, omdat iedereen toen nog heel erg op zoek was naar hoe we moesten omgaan met die nieuwe tijd. Zo ging de eerste aflevering over ‘De kunst van het niksen’. Voor het tweede seizoen hebben we nagedacht over welke onderwerpen we belangrijk vonden en focussen we meer op de toekomst. In de talks komen nu ook thema’s aan bod die aansluiten bij de Sustainable Development Goals, zoals klimaat en gendergelijkheid.

Waarom hebben jullie in eerste instantie gekozen voor een livestream?

Mark: “Omdat we wilden focussen op de interactie. Maar die interactie bleef een beetje uit en we ontdekten dat de uitzendingen juist heel veel teruggekeken werden. Toen zijn we geswitcht naar gemonteerde opnames, omdat we het eindresultaat dan met een hogere kwaliteit konden borgen.”

Wat waren jullie grootste lessen?

Mark: “Er waren allerlei technische uitdagingen, terwijl we zelf helemaal niet zo technisch zijn! We zijn het gewoon maar gaan doen en dan ontstaat er uiteindelijk een bepaalde vorm waar je blij mee bent. Zo waren er uitdagingen rondom een videowall met publiek die in eerste instantie niet zo goed werkte en later in het format dan ook sneuvelde.”

Eef: “Er waren sprekers die opeens in quarantaine moesten of gezondheisklachten kregen. En we moesten natuurlijk steeds anticiperen op alle maatregelen. We ontdekten bijvoorbeeld ook dat het enorm helpt als sprekers zelf ook mee promoten. We maakten er zelfs een wedstrijdje van om te kijken wie de meeste views kon halen, dat was erg leuk.”

Welke impact had dit alles op jullie baan?

Mark: “Heel je baan verandert! Opeens waren we regiedraaiboeken en montageschema’s aan het maken, maar we deden ook zelf de aankondigingen van de online talks. We vonden het sterk om dat zelf te doen als programmamakers, zodat de bibliotheek meer een gezicht kreeg. Als je ziet hoe we daarin gegroeid zijn gedurende zeventien uitzendingen, dan zie je dat die rol ons steeds meer ging passen.”

Gaan jullie hier na corona ook mee door?

Eef: “Het wordt goed bekeken en daar zijn we dus erg tevreden over. Het is inhoudelijk een super interessante reeks met onder meer geluksambassadeur Leo Bormans, Denker des Vaderlands Daan Rovers en de Tilburgse fietsheld Hera van Willick. Dat is echt wel iets! Het mooie is dat we dit na corona kunnen blijven gebruiken. We gaan het wel iets meer uitsmeren over het jaar, zodat we beter kunnen inspelen op de actualiteit. Zo gaat de meest recente uitzending over straatpoëzie, in het kader van de Week van de Poëzie. En er komt een uitzending rondom de verkiezingen.”

Zijn jullie hierdoor anders naar programmeren gaan kijken?

Mark: “We zien enorm veel kansen hierdoor. Bij een fysieke programmering is je promotie  voornamelijk vooraf, maar met deze online uitzendingen kan dat ook prima achteraf. Daarnaast zijn er veel kansen om dit te koppelen met de collectie en andere activiteiten. Dat is wel sterk. Maar je kunt op deze manier makkelijker een spreker uit Stockholm of New York op je evenement uitnodigen. Mensen zijn door deze tijd toch meer gewend geraakt aan gezichten op beeld. Online en offline programmering kunnen elkaar versterken.”

Eef: “Wat ook mooi is hieraan, is dat je iets blijvends hebt. Je kunt er meer mee over een langere periode. Toch is het grote gemis die échte fysieke interactie en om samen activiteiten mee te maken. Wat dat betreft kan ik echt niet wachten tot we weer helemaal open kunnen.”

Bekijk alle afleveringen van de KennisMakerijRevue

Of kijk hier voor meer achtergrondinfo en thema’s van aankomende afleveringen.

 

* Dit interview is geschreven door Elmay Claassen verscheen ook op cultuurplatform MEST.