Logopedie in de bieb: drempels wegnemen en samen op kennismissie

Logopedie en het belang van voorlezen

Toen ze dit najaar bij de Bibliotheek aanklopte, was logopediste Loes Leemans – van Kollenburg vooral op zoek naar een laagdrempelige plek in Hilvarenbeek om advies te geven over logopedie, onder meer aan ouders met vragen over de taal- en spraakontwikkeling van hun kind. Inmiddels is er een maandelijks Inloopspreekuur Logopedie én trekt Loes van Leemans – Kollenburg gezamenlijk op met Mai van Limpt van de Bibliotheek Hilvarenbeek in het delen van kennis over taalontwikkeling en het belang van voorlezen.

Vroeg signaleren

‘Veel mensen denken dat een logopedist er alleen is voor spraakproblemen als slissen of stotteren,’ vertelt Loes Leemans – van Kollenburg van Praktijk De Oorsprong in Hilvarenbeek. ‘Maar logopedie is veel breder. Ik werk bijvoorbeeld ook met kinderen die wel goed verstaanbaar zijn, maar die in vergelijking met leeftijdsgenootjes erg korte, onvolledige zinnen maken, veel moeite hebben met het vinden van de juiste woorden of vaak heel andere antwoorden geven op vragen dan je verwacht.

Als logopedisten lopen we er niet alleen tegenaan dat ouders vaak niet weten wat we allemaal doen, maar ook dat ze denken dat het vanzelf wel goed komt als hun peuter of kleuter niet goed verstaan wordt of dingen niet goed begrijpt. De eerste signalen van een spraak- of taalstoornis worden dan weggewuifd. Daar maak ik me zorgen om, helemaal nu de standaard GGD-screening bij 5-jarigen zo’n twee jaar geleden is wegbezuinigd.’

Laagdrempelig advies

Vanuit die bezorgdheid zocht ze naar een laagdrempelige manier om ouders te bereiken die twijfels hebben over de manier waarop de spraak en taal zich bij hun kind ontwikkelt. Ze zocht de samenwerking met de Bibliotheek en startte daar in september met een maandelijks Inloopspreekuur Logopedie, aansluitend aan het voorleeshalfuurtje voor peuters. De eerste vragen over slissen en speengebruik heeft ze tijdens het spreekuur al kunnen beantwoorden. ‘De Bibliotheek is natuurlijk een mooie plek om ouders en kinderen te ontmoeten. Ik kan er met een kind meteen een leuk boekje lezen en zo direct laten zien hoe ik werk: spelenderwijs.’

Interactief voorlezen

Samen met Mai van Limpt verzorgde Leemans – Van Kollenburg ook een info-ochtend voor ouders met kinderen tussen 0 en 6 jaar. Samen gaven ze informatie over taalontwikkeling en het belang van voorlezen. Vooral interactief voorlezen is belangrijk. Als je kinderen stimuleert om tijdens het voorlezen actief mee te denken en praten, vergroot je de woordenschat en het plezier in lezen bij je kind – iets waar het zijn hele leven profijt van zal hebben. De workshops Interactief Voorlezen die de Bibliotheek verzorgt, vindt Leemans – Van Kollenburg dan ook een mooie aanvulling op de voorleesuurtjes.

Kennis delen met professionals

Naast de info-ochtend voor ouders besloten Leemans – Van Kollenburg en Van Limpt ook hun krachten te bundelen als het gaat om het delen van kennis met professionals die werken met jonge kinderen. In de Bibliotheek gaven ze samen een interactieve workshop aan medewerkers van peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en basisscholen.

Tijdens de workshop Boekstart en logopedie konden deelnemers hun kennis over taalontwikkeling opfrissen. Deelnemers waren erg te spreken over de screeningslijsten die werden uitgereikt – deze lijsten kunnen ze gebruiken als ze twijfelen over de spraaktaalontwikkeling of als onderbouwend advies om naar een logopedist te gaan voor screening. Wanneer dat het geval is, kunnen professionals ouders in Hilvarenbeek nu verwijzen naar het Inloopspreekuur Logopedie. Hier kunnen ze zonder afspraak of verwijzing terecht.

Elkaar versterken

Samen een bijdrage leveren aan de taalvaardigheid van kinderen in de gemeente en gezamenlijk kennis overdragen over lees- en taalontwikkeling aan professionals: volgens Loes Leemans – van Kollenburg kunnen een logopediepraktijk en de Bibliotheek elkaar heel goed versterken in het voorkomen en signaleren van spraak- en taalstoornissen. Goed voorbeeld doet volgen: welke praktijken in de regio nemen de uitnodiging tot samenwerking aan?